Zoeken
  • Anne.

On a road to nowhere

'Ga niet te ver en kijk steeds achterom. Je bent de eerste niet die verdwaalt omdat-ie even moet plassen.' En het is waar. Als ik wegloop, glooit het land wel iets, maar onbespied waan ik me nergens. Het mulle zand loopt sowieso zwaar. Maar als ik me volgens instructie na twee minuten omdraai, schrik ik: er is helemaal niets te zien van het kamp, de jeep, mijn acht reisgenoten. Niets! Alleen woestijn, ogenschijnlijk vlak en angstaanjagend leeg.


Het is een van mijn meest sprookjesachtige herinneringen. De avond is gevallen, mijn rug is ijskoud, mijn wangen gloeien van het kampvuur. De bedoeïenen zingen liederen en vertellen elkaar verhalen, af en toe begrijp ik een flard. In het zand en boven het vuur hebben ze tomatensalade en kip bereid. Er is waterpijp en thee, veel pikzwarte thee. Overdag was een gids niet goed geworden, omdat hij naar eigen zeggen te weinig thee had gehad nog.


Na het eten rollen ze ons in tapijten  en dekens. Het voelt als bij tante Siet vroeger, die me zo stevig kon instoppen, dat je wenste dat het beddengoed tot de ochtend niet meer losschoot. Niet bewegen, alleen maar kijken naar Orion en Cassiopeia, tot je ogen dichtvallen.


De ochtend begint koud en onwerkelijk. We stapelen ons weer in de laadbak van de jeep en klotsen opnieuw uren over de baren. Mijn lijf doet zeer, mijn haar staat stijf van het zand, maar mijn ogen krijgen niet genoeg van de eindeloze vlakten. Als er een oase opdoemt, gaat dat precies zoals ik hoopte: heel plots. Een cirkel palmen en hutten en water in een ongelooflijk niets. Alsof ik dorst heb gekend, zo verrukt raak ik. Even later baden we in een trog van de runderen.


Terug in de bewoonde wereld nemen we de bus naar huis. Achter ons zit een vrouw met kippen. Een oude man naast mij gebaart dat hij mijn reisgids wil inzien. H. lacht me hard uit als ik bedrukt toekijk hoe hij op alle bladzijden ezelsoren maakt.







0 keer bekeken